Ga naar de inhoud
HRGlas.be logo

HR-coating en lichtdoorlatendheid

De low-E coating maakt het verschil tussen gewoon dubbel glas en HR-glas. Leer hoe coatings werken en wat de selectiviteitsindex over de kwaliteit zegt.

Geüpdatet op Door HRGlas.be
Vakman houdt HR-glas met low-E coating tegen het daglicht om de lichtdoorlatendheid en reflectie te controleren

De coating is de onzichtbare technologie die het verschil maakt tussen gewoon dubbel glas en hoogrendementsglas. Een microscopisch dunne metaallaag reflecteert infraroodstraling terug de woning in en vermindert daarmee het warmteverlies drastisch. Dit artikel legt uit hoe coatings werken, wat het verschil is tussen pyrolytische en magnetroncoating, en hoe de selectiviteitsindex de kwaliteit meet. Na het lezen weet u precies wat de coating op uw offerte betekent en hoe u verschillende producten objectief vergelijkt.

Hoe werkt een low-E coating?

De afkorting low-E staat voor low emissivity, oftewel lage emissiviteit. Dit verwijst naar het vermogen van een materiaal om warmtestraling uit te zenden. Hoe lager de emissiviteit, hoe minder warmte het glas uitstraalt naar buiten.

Infraroodstraling reflecteren

Warmte verplaatst zich op drie manieren: geleiding, convectie en straling. Bij glas is straling de grootste bron van warmteverlies. De verwarming in uw woning zendt infraroodstraling uit die door gewoon glas naar buiten verdwijnt.

De low-E coating vormt een barrière voor deze straling. De metaallaag, vaak op basis van zilver, reflecteert tot 95% van de infraroodstraling terug de woning in.

Dit is het kernprincipe achter de werking van HR-glas. Daglicht passeert vrijwel ongehinderd omdat de coating selectief werkt: zichtbaar licht laat ze door, onzichtbare warmtestraling houdt ze tegen.

Emissiviteit als prestatiemaat

Emissiviteit wordt uitgedrukt als een getal tussen 0 en 1. Gewoon glas heeft een emissiviteit van circa 0,84, wat betekent dat het 84% van de ontvangen warmtestraling weer uitzendt. Een moderne magnetroncoating verlaagt dit naar 0,01 tot 0,03, een reductie van meer dan 96%.

Dit verschil in emissiviteit verklaart waarom HR-glas zo veel beter isoleert dan oud dubbel glas. De relatie tussen emissiviteit en isolatiewaarde komt direct tot uiting in de U-waarde. Een lagere emissiviteit betekent een lagere U-waarde en dus betere isolatie.

Pyrolytische versus magnetroncoating

Er bestaan twee fundamenteel verschillende methoden om een low-E coating aan te brengen: pyrolytisch en magnetron. Beide hebben hun eigen eigenschappen en toepassingsgebied.

Hardcoat: krasbestendig maar minder isolerend

Pyrolytische coating wordt aangebracht wanneer het glas nog heet is, direct na de productie in de floatoven. De coating bakt als het ware in het glasoppervlak en vormt een onlosmakelijk geheel met het glas. Dit levert een zeer krasbestendige laag op die ook de buitenkant van een glasplaat kan bedekken.

De prestaties zijn echter beperkter dan bij magnetroncoating. Pyrolytische coatings bereiken een emissiviteit van 0,15 tot 0,20, ruim tien keer hoger dan moderne magnetroncoatings. Dit vertaalt zich in een aanzienlijk hogere U-waarde bij dezelfde glasopbouw.

Softcoat: de standaard in modern HR-glas

Magnetroncoating, ook wel sputtercoating of softcoat genoemd, wordt in een vacuümkamer op koud glas aangebracht. Zilveratomen worden als een nevel op het glasoppervlak neergeslagen, waardoor een uiterst dunne maar effectieve laag ontstaat.

Het resultaat is spectaculair: een emissiviteit van slechts 0,01 tot 0,03. Dit verklaart waarom vrijwel alle moderne HR-glas magnetroncoating gebruikt. Het nadeel is dat deze coating kwetsbaar is voor mechanische beschadiging en oxidatie. Daarom wordt ze altijd aan de binnenzijde van de spouw geplaatst, waar ze beschermd is.

Wanneer wordt pyrolytische coating nog toegepast?

Ondanks de lagere isolatieprestaties heeft pyrolytische coating nog steeds bestaansrecht voor specifieke toepassingen. De krasbestendigheid en mogelijkheid om de buitenzijde te behandelen maken het geschikt voor speciale functies.

Anti-condenscoating zoals AGC iplus AF wordt op positie 4 aangebracht om condensvorming op de glasrand te verminderen. Zelfreinigende coating zoals Planibel Easy zit op de buitenkant van het glas en breekt organisch vuil af onder invloed van UV-licht. Klassieke zonwerende coating zoals Stopsol Classic is eveneens pyrolytisch en kan daardoor aan de buitenzijde worden toegepast.

Lichtdoorlatendheid en de selectiviteitsindex

Een coating die warmte tegenhoudt, houdt onvermijdelijk ook een deel van het daglicht tegen. De kunst is om de juiste balans te vinden tussen isolatie en lichtopbrengst.

Hoeveel daglicht laat HR-glas door?

De lichtdoorlatendheid (Lt) geeft aan welk percentage van het zichtbare daglicht door het glas passeert. De onderstaande tabel toont de lichtprestaties van gangbare HR-glasproducten.

ProductLt (%)g-waarde (%)Selectiviteit
AGC Thermobel Top (Clearvision)84611,28
Saint-Gobain ECLAZ LUMI83711,17
AGC Thermobel Top (Clearlite)82611,25-1,28
Saint-Gobain ECLAZ ZEN80531,51
Pilkington Optitherm S380631,27
Pilkington Optitherm S1 Plus76561,36
AGC Thermobel Advanced (Clearlite)77511,34-1,36
AGC Thermobel Advanced 0.872501,44

Standaard HR++ glas laat doorgaans 77% tot 84% van het daglicht door. Dit is vergelijkbaar met oud dubbel glas zonder coating, dus de betere isolatie gaat niet ten koste van de lichtopbrengst.

De selectiviteitsindex: meer licht, minder warmte

De selectiviteitsindex is de verhouding tussen lichtdoorlatendheid (Lt) en zonne-energiedoorlatendheid (g-waarde). Een hogere selectiviteit betekent dat de coating relatief meer licht doorlaat dan warmte, wat wenselijk is voor comfort.

Bij standaard HR-glas ligt de selectiviteit rond 1,2 tot 1,5. Voor zonwerend glas is een hogere selectiviteit essentieel omdat daar de g-waarde bewust laag wordt gehouden. Een selectiviteit boven 2,0 geldt als excellent.

Topcoatings met de beste balans

De meest geavanceerde coatings combineren een hoge lichtdoorlatendheid met een lage g-waarde. AGC Stopray Ultraselect 70/33 bereikt een selectiviteitsindex van 2,10 door 70% licht door te laten terwijl slechts 33% van de zonnewarmte passeert. Guardian SNX 70 presteert vergelijkbaar met een selectiviteit van 2,03.

Deze topcoatings zijn primair bedoeld voor zonwerende toepassingen waar oververhitting een probleem vormt. Voor standaard HR-glas in een gemiddelde woning volstaat een coating met een selectiviteit rond 1,3, zoals de gangbare Thermobel- en ECLAZ-producten.

Coatingpositie in de glasopbouw

De positie van de coating binnen de glasopbouw bepaalt mede de functie en prestatie. In een isolerend glaspaneel worden de posities genummerd vanaf de buitenzijde.

Positie 1 is de buitenkant van de buitenste glasplaat, blootgesteld aan weer en wind. Positie 2 zit aan de binnenzijde van de buitenste glasplaat, gericht naar de spouw. Positie 3 bevindt zich aan de buitenzijde van de binnenste glasplaat, eveneens naar de spouw gericht. Positie 4 is de binnenkant van de binnenste glasplaat, gericht naar het interieur.

De standaard low-E coating voor warmte-isolatie zit op positie 2. Daar reflecteert ze de warmtestraling vanuit de woning terug naar binnen. De spouwbreedte en gasvulling werken samen met deze coating om de beste isolatie te bereiken.

Zonwerende coating komt vaak op positie 2 of positie 3, afhankelijk van of de nadruk ligt op het tegenhouden van buitenwarmte of het binnenhouden van binnenwarmte. Anti-condenscoating zit specifiek op positie 4 om de glasrandtemperatuur te verhogen en daarmee condensvorming aan de binnenzijde te voorkomen.

Bij triple glas zijn er zes posities in plaats van vier. De meest voorkomende configuratie plaatst low-E coatings op positie 2 en positie 5, waardoor beide spouwen profiteren van de verminderde straling.

Begin met typen om te zoeken...